De samenstelling van een harmonieorkest

Een harmonisch orkest bestaat uit een aantal houten en koperen blaasinstrumenten, een of enkele strijkbassen en een slagwerkgroep. De groep houtblazers bestaat uit de klarinetten, waarvan de eerste soloklarinettist de concertmeester is (zoals de eerste vioolsolist bij een philharmonisch en symfonisch orkest), fluiten, hobo's, fagotten en de saxofoons. De koperblazers zijn de trompetten, hoorns, trombones, baritons en bassen. Voor het orkest staat de dirigent.

De dirigent

Pas aan het einde van de negentiende eeuw werd de dirigent een vaste persoon voor een orkest. Daarvoor dirigeerde meestal een van de muzikanten, deze stond dan weliswaar voor het orkest, maar de orkestleden moesten aanwijzingen overnemen en "lezen" uit zijn spel. Ook kwam het voor dat er iemand de maat stond te slaan door met een zware stok op de grond te stampen. Door het steeds ingewikkelder worden van de muziek waren beide functies vrijwel niet meer te combineren. De eerste persoon die zich specialiseerde in het dirigeren van een orkest was de duitser Hans Richter. Met de rechterhand wordt de snelheid van het muziekstuk aangegeven, deze hand bevat dan ook over het algemeen de dirigeerstok. Met de linkerhand geeft de dirigent aan welke dynamiek hij in een passage wil horen (harder of zachter). Ook geeft de linker hand aan welke intonatie en expressie verwacht wordt. De leden van het orkest hebben geleerd om uit de totale lichaamshouding van de dirigent af te lezen wat er verwacht wordt.

De instrumenten

 

Houtblazers

De groep houtblazers bestaat uit de klarinetten, waarvan de eerste soloklarinettist de concertmeester is (zoals de eerste vioolsolist bij een philharmonisch en symfonisch orkest), fluiten, hobo's, fagotten en de saxofoons.

De klarinet

De klarinet is een houten blaasinstrument dat rond het begin van 18de eeuw ontstond uit de chalumeau, een blokfluitachtig instrument dat al een enkelriet instrument was. De oorspronkelijke klarinet bezat slechts twee kleppen, maar om chromatische reeksen te kunnen spelen zijn in de loop van de jaren meer kleppen bijgeplaatst, waardoor een veelzijdiger instrument ontstond. Gedurende de twintigste eeuw is de zogenaamde "böhm"-klarinet erg populair geworden. Deze klarinet, ontworpen door Auguste Buffet en Hyacinthe Klose, heeft 24 gaten en 17 kleppen. In de beginperiode van de klarinet werd het mondstuk met het riet aan de bovenkant geplaatst, tot men ontdekte dat er een mooiere klank ontstond indien het mondstuk omgedraaid werd. Het instrument bestaat uit vier of vijf delen te weten het mondstuk, het tonnetje, het bovenstuk, het onderstuk en de beker. werd vroeger bukshout gebruikt voor de bouw van een klarinet, tegenwoordig gebruikt men onder andere het hardere ebbehout. Het mondstuk wordt tegenwoordig van eboniet of glas gemaakt.

Meer informatie over het onderhoud.
Meer informatie over de klarinet (met geluid).

De Dwarsfluit

Fluiten behoren zo ongeveer tot de oudste blaasinstrumenten, gemaakt van bamboe, riet of beenderen deze laatsten zijn al gedateerd tot 20000 jaar voor Christus. De oudste afbeeldingen van fluiten met een blaasrand zijn gevonden op Etruskische schilderingen. De dwarsfluit, hoewel een vaste verschijning in westerse orkesten, is van oorsprong een chinees muziekinstrument dat pas rond 1100 na christus zijn intrede deed in Europa. In de duitssprekende landen werd de fluit al snel toegepast als militaire fluit. Vandaar ook de oude naam van het instrument, de duitse fluit
Hoewel een metalen instrument behoort de fluit tot de groep van houtblazers daar het instrument van oorsprong uit bukshout werd gemaakt. De houten fluit heeft bij sommige musici nog steeds voorkeur vanwege de zachtere klank. De fluit komt qua lengte ongeveer overeen met de klarinet, hoewel veel mensen het idee hebben dat de eerste korter is.
Wel klein is de piccolo, of zoals de orginele italiaanse naam is: flauto piccolo. Zowel de gewone dwarsfluit als de piccolo kunnen ongeveer drie en een hlaf octaaf spelen, de piccolo echter wel een octaaf hoger dan de fluit. De piccolo wordt door veel componisten gebruikt om extra kleur in het orkest te brengen.
Voorts zijn er nog de altfluit en de basfluit, beide ook ontworpen door Böhm, maar niet bijzonder populair.

Meer informatie over de dwarsfluit (met geluid).
Meer informatie over de piccolo (met geluid).

De hobo

De hobo bestaat uit een conisch geboorde buis met een licht trechtervormig uiteinde. Langs de buis bevinden zich diverse gaten en verzilverde kleppen. De eerste hobo had deze kleppen nog niet; pas in de 19e eeuw kreeg de hobo het uiterlijk dat hij nu heeft. Vroeger werd de basis van de hobo van hout gemaakt, maar tegenwoordig wordt ook kunststof gebruikt. Iemand die een hobo bespeelt, wordt een hoboïst genoemd. Het riet wordt doorgaans door de hoboïst zelf vervaardigd, en naar persoonlijke smaak gesneden, opgebonden, aangepast en gevormd.

De huidige hobo is in Frankrijkin de 17e eeuw uit de schalmei ontwikkeld. Het woord hobo is afkomstig van het Franse hautbois, wat 'hoog hout' betekent. Deze benaming komt enerzijds voort uit het vrij hoge en indringende geluid dat een hobo kan produceren in vergelijking met andere dubbelrietinstrumenten, en anderzijds uit het feit dat het een houten blaasinstrument is.

Meer informatie over de hobo (met geluid).

De fagot

De naam fagot komt van het italiaanse woord fagotto, hetgeen takkebos betekend, verwijzend naar de oudste vormen van de fagot, een opgerolde of opgevouwen houten buis van enkele meters. De huidige fagot is echter nog maar een keer gevouwen. Net als de hobo is de huidige vorm van de fagot ontworpen aan het franse hof, door Jean Hotteterre. Door het instrument in diverse afzonder lijke delen op te bouwen werd het mogelijk om de plaatsing van gaten te verbeteren. In het begin had de fagot maar drie kleppen, maar de wens om chromatische toonladders te kunnen spelen maakte dat er vijf extra kleppen bijkwamen. Echter de ontwikkeling van de fagot splitste zich in een duitse en een franse vorm, waarbij de fransen, onder andere de firma Buffet-Crampon, vast hielden aan het oude franse ontwerp en de duitsers vooral in de persoon van Wilhelm Hückel een groot aantal technische verbeteringen toepasten.

Meer informatie over de fagot (met geluid).

De saxofoon

De saxofoon werd omstreeks 1840 uitgevonden door Adolphe Sax, een Belgische instrumentbouwer, die in Parijs werkte.
De saxofoon wordt tot de houtblazers gerekend, hoewel het een metalen instrument is, omdat er gebruik gemaakt wordt van een riet. De saxofoon wordt voornamelijk gebruikt in harmonie en fanfare orkesten, en is vooral in de jazz en popmuziek erg populair. Karakteristiek voor de saxofoon is het gebogen gedeelte waar het mondstuk zich bevindt en de omhoog geplaatste beker, welke door Adolphe Sax al werd toegepast. Adolphe Sax vond 14 verschillende Saxofoon´s uit, daarvan bestaan er nu nog 8 en eigenlijk spelen we bij de Harmonie met 3 verschillende saxen.
Dit zijn de Alt, de Tenor en de Bariton, ze hebben allemaal een eigen klank, de Sopraan het hoogst en de Bariton het laagst. Je kunt de verschillende saxofoons herkennen aan de vorm.

Meer informatie over de saxofoon (met geluid).

Koperblazers

De Trompet

De trompet heeft een historie die al van voor de Egyptische koning Toetanchamon dateert, in zijn graf zijn al eenvoudige trompetten gevonden. Al duizenden jaren worden trompetten gebruikt ter opluistering van feestelijke gelegenheden.
De ontwikkeling van de moderne trompet gaat terug over duizenden jaren. Vrijwel alle beschavingen hebben trompetten geproduceerd, gemaakt van ivoor, brons, zilver en koper, de vorm recht of gebogen. De meeste trompetten uit de oudheid waren recht of gebogen en hadden een lange, bijna cilindrische buis met een lichtelijk uitlopende beker. 
Deze natuurtrompetten konden maar weinig verschillende tonen voortbrengen (alleen hoge tonen). Pas aan het begin van de 19e eeuw wordt de ventieltrompet uitgevonden. Daardoor is het aantal tonen die de trompet kan voortbrengen aanzienlijk uitgebreid. De trompet wordt dan een volwaardig melodie-instrument.

Meer informatie over de trompet (met geluid).

De Hoorn

De hoorn wordt ook wel waldhoorn genoemd en is een koperen blaasinstrument met een conische, nauwe boring. Aan de dunne kant van de buis wordt het trechtervormige mondstuk geplaatst. De andere opening van de buis bestaat uit een wijd uitlopende beker. De eerste hoorns die werden gebruikt waren de horens van dieren. Net als de trompet werd de hoorn al in vroegere tijden gebruikt bij intochten en religieuze bijeenkomsten. De Romeinen maakten het instrument makkelijker te hanteren door de erg lange buis om te buigen. Dit is tot op heden nog het geval, de hoorn is een opgerolde buis. Tevens werd in de romeinse tijd een wijd uitlopende klankbeker geconstrueerd, opdat het geluid verder zou kunnen dragen. De buccina, de romeinse signaalhoorn, werd in de loop van de tijd steeds meer gebruikt bij de jacht en groeide dan ook uit tot jachthoorn. De voorlopers van de moderne hoorn zijn de posthoorn en de jachthoorn. Dit zijn instrumenten zonder ventielen (natuurhoorns). Hoorns waren in Europa bekend sedert de oudheid. Het eenvoudigste type werd gemaakt van de hoorn van een dier. Ze werden op grote schaal gebruikt voor signalen en rituelen. In de Middeleeuwen werden ze veel gebruikt bij de jacht en bij militaire activiteiten. Vanaf de 18e eeuw werden ze gebruikt in orkesten en in de 19e eeuw kreeg de hoorn ventielen.

Meer informatie over de hoorn (met geluid).

De Trombone

De trombone verscheen voor het eerst op het toneel in Europa in de 15e eeuw (toen "sackbut" genoemd in het Engels) en heeft sindsdien zijn eenvoudige basismodel behouden. Het instrument was erg populair in kerk en kamermuziek. In de zeventiende eeuw werd de populariteit, behalve in lokale orkesten ook groter in militaire orkesten. In veel orkesten komen twee trombones voor, de gewone en de bastrombone.
Het instrument bestaat uit een cylindrisch geboorde buis en een U vormige beweegbare buis, de schuif of coulisse, uitlopend in een wijde beker. De lucht wordt ingebracht via een ketelmondstuk, dat iets groter is dan dat van de trompet. Door de schuif in of uit te trekken wordt de lengte van de pijp kleiner of groter en als gevolg daarvan de toon hoger dan wel lager. Door de traploze overgang van de tonen is met dit instrument een mooi glissando te bereiken, het staploos doorlopen van een toonladder werd rond 1800 snel populair in de groter wordende militaire orkesten en later in de Bid Bands.

Meer informatie over de trombone (met geluid).

De eufonium of Tuba

Evenals vrijwel alle andere koperinstrumenten is ook dit instrument in basis een afstammeling van de romeinse hoorn. De Tuba bestaat uit een conisch wijduitlopende buis en heeft doorgaans drie draai of schuif ventielen. Ook voor dit instrument is de ontwikkeling van deze ventielen zeer van belang geweest. Een andere naam voor tuba is euphonium. Deze naam stamt van het griekse "euphonia", wat goed klinkend betekend. Daar het euphonium een diepe rijke toon voortbrengt, is deze naam goed gekozen. Het euphonium werd waarschijnlijk halverwege de de negentiende eeuw in de duitse deelrepubliek Weimar ontwikkeld, hoewel diverse personen, zoals instrumentenbouwer Adolphe Sax en componist Richard Wagner ook een rol gespeeld hebben in de ontwikkeling van de tuba.

Meer informatie over de tuba (met geluid).

Slagwerk

Slagwerk of percussie wordt ingedeeld in twee categorieen, de instrumenten met een duidelijke toonhoogte en de instrumenten waarvan de toonhoogte niet duidelijk is vast te stellen. Veel slagwerkinstrumenten zijn bespannen met een vel, dit zijn de trommen of "membranofonen" deze instrumenten hebben meestal en duidelijke toonhoogte, die bepaald wordt door het strak trekken van het vel over de trom, hoe strakker het vel hoe hoger de trom klinkt omdat het vel snel kan trillen. zo ook is een kleine trom hoger in klank dan een grote trom. Onbepaalde toonhoogten worden voortgebracht door onder andere bekkens, de hi-hat van het drumstel de tambourijn en castagnetten. Castagnetten en maracas (sambaballen) zijn ook nog eens idiofonen. Dit wil zeggen dat zij een materiaal afhankelijk geluid voortbrengen. Tot de percussiegroep behoren ook instrumenten als de buisklokken, xylofoon en marimba.

Meer informatie over de xylofoon.
Meer informatie over het woodblock.
Meer informatie over de triangel.
Meer informatie over de pauk.
Meer informatie over de kleine trom (met geluid).
Meer informatie over de bongo.
Meer informatie over de bekkens (met geluid).
Meer informatie over de grote trom (met geluid).